Teksten mondeling examen

Het mondelinge examen Nederlands wordt afgenomen in een beperkt aantal academies in Frankrijk. Wordt het mondelinge examen Nederlands niet afgenomen in de academie waartoe de kandidaat behoort dan wordt hij/zij verwezen naar één van de drie academies waar het mondelinge examen Nederlands wel afgenomen wordt, te weten Academie Grenoble, Reims en Toulouse. Dit jaar zijn bij een aantal academies, in ieder geval bij de academie van Bordeaux, Montpellier en Nice, de mondelinge examens afgenomen via video/Skype. 

Voor het mondelinge examen is geen standaard lijst met teksten, de leerling dient zelf teksten uit te zoeken bij de vier bekende thema's. Zorg ervoor dat de lijst met teksten compleet is en op tijd ingeleverd wordt bij de school. 

De teksten dienen betrekking te hebben op de vier thema's:
  • Mythes et héros (Mythen en helden)
  • Lieux et formes de pouvoir (Machtsplaatsen en machtsvormen)
  • L’idée de progrès (Het idee van vooruitgang)
  • Espaces et échanges (Ruimten en uitwisseling)
De leerlingen stellen een dossier samen bestaande uit:
  • 2 of meer teksten per thema
  • een overzichtslijst van de teksten verdeeld over de thema's met vermelding van bron, auteur en datum
De kandidaten die het mondelinge examen via video/Skype afleggen dienen ongeveer twee weken voor het examen het volledige dossier in te leveren bij hun eigen school opdat de school het dossier op tijd naar de examinator kan sturen. Verifieer met de school wanneer het dossier precies ingeleverd moet worden! De overige leerlingen nemen hun dossier zelf mee naar het examen.

De examinator kiest een tekst waarover gepraat gaat worden. Mocht een kandidaat zelf geen teksten meebrengen dan heeft de examinator altijd een aantal teksten. De kandidaten krijgen ongeveer 10 minuten om de tekst voor te bereiden en dan volgt het examen. Het examen duurt 20 minuten voor LV1 en 10 minuten voor LV2. 

Dit zijn enkele voorbeelden van teksten die de kandidaat mee kan brengen:

Mythes et héros (mythes en helden)

Lieux et formes de pouvoir (plaatsen en soorten macht)

L'idée de progrès (ideeën van vooruitgang)

Espaces et échanges (ruimte en uitwisseling)